|
De karper (Cyprinus carpio)
De karper is één van onze bekendste zoetwatervissen. Hij behoort tot de grote familie van de Cyprinidae of karperachtigen. Kenmerkend voor de soorten van deze familie is dat ze geen tanden hebben maar wel keeltanden in de bek hebben waar ze mee kunnen kraken. Karpers zijn sterke vissen en kunnen zich als geen ander aan allerlei omstandigheden aanpassen. Dat verklaart de soms hoge karperdensiteiten in matig vervuilde rivieren of kanalen en hun geschiktheid om in primitieve kweeksituaties te overleven. De karper heeft een uitstekende reuk, aangeboren nieuwsgierigheid en een relatief goed geheugen. De karper is net als de brasem een vis die de bodem omwoelt, dit noemt men azen. Vooral in de vroege ochtend direct na zonsopgang kan men dit waarnemen. De vis staat dan vaak rechtop in het water en door het gewoel in de bodem ziet men afhankelijk van de soort bodem trossen kleine dan wel grotere belletjes opstijgen naar de oppervlakte. In ondiep water kan men soms aan de staartvin zien om wat voor vis het gaat. De karper doet dit als hij op zoek is naar eten, voornamelijk planten en waterinsecten. De karper is geen roofvis. In tegenstelling tot de brasem aast karper ook in de ondiepe sterk begroeide gedeeltes van het water en dicht tegen de oever.
Door deze manier van azen worden voornamelijk fosfaten in de bodem weer teruggevoerd naar de waterkolom. Bij een voedselrijke bodem en een flinke populatie karper leidt dit tot een voorspoedige groei van de zwevende algen (fytoplankton). Samen met de omgewoelde bodempartikels leidt dit tot het troebel worden van het water en een afname van de onderwater flora.De karper neemt met zijn stofzuigerbek bek een hap bodemmateriaal en sluit zijn bek om de voedseldelen binnen te houden en het water via de kieuwen word afgevoerd. Het in en uitblazen van voedsel gaat met een zeer hoge snelheid. Ook harder voedsel is voor de karper geen probleem. De karper kan hardere voedselbrokken (ook boilies, partikels) kraken met zijn keeltanden. De keeltanden van een karper zijn erg krachtig. De kauwdruk van een karper van een kleine 30cm, zal niet veel verschillen met die van een mens. Ontstaan van de karper De karper is in het begin van onze jaartelling uit Midden Azië (voornamelijk de Kaspische Zee) en Oost Europa naar West Europa gekomen met hulp van de mens. De Romeinen brachten de stamvader van de huidige karperrassen vanuit het stroomgebied van de Donau naar Italië. De onderdanen van Julius Caesar wisten als culinaire fijnproevers de karper op waarde te schatten. Monniken kwamen er in de eeuwen daarna achter, dat de karper uitstekend gekweekt kon worden in vijvers en een prima bron van voedsel was op de vaste dagen. Zij waren het die de karper samen met het christelijke geloof een grote verspreiding over Europa gaven. Met zekerheid vanaf de 14e eeuw kwam de karper ook in Nederland en Frankrijk vooral in kloostervijvers voor. Deze vijvers heten de caseïne lakes omdat de bodem en de grond er om heen zeer vruchtbaar is. Verwilderde nakomelingen van daaruit ontsnapte karpers worden wilde of boerenkarpers genoemd. In de loop van deze eeuw werd de karper niet langer zuiver en alleen als vis voor de pan ![]() Recent genetisch onderzoek heeft aangetoond dat de boerenkarper een wilde karpersoort is die genetisch sterk gelijkt op de karpers van de Donau, maar ook enkele unieke kenmerken heeft. Het verhaal over de invoering door monniken is gebaseerd op historisch onderzoek (vermeldingen op schrift van de karper als consumptievis). Onze karpers komen in ieder geval niet uit China, want daar wordt een andere soort, Cyprinus rubrofuscus met een afwijkend aantal schubben langs de zijlijn gevonden. Tegenwoordig wordt de karper regelmatig uitgezet ten behoeve van de sportvisserij. Uitzetten blijkt veelal noodzakelijk omdat de omstandigheden (temperatuur, roofvissen, beroepsvisserij) van het Nederlandse water niet optimaal zijn voor voortplanting. Karpervissen is sinds begin jaren negentig erg populair geworden vanwege de kracht en omvang (gewicht) van de dieren. Na alle uitzettingen en voordplantingen komt de karper in het grootste deel van Noord- en Midden-Europa voor. Na 1870 werd de vis naar de VS overgebracht, waar hij nu algemeen voorkomt. Anatomie van de karper ![]() We kunnen zien op bovenstaande afbeelding hoe de karper in elkaar zit. Wat direct opvalt is dat de karper geen maag heeft. Dit betekent dat alles wat de karper eet lichtverteerbaar moet zijn. Een karper is eigenlijke een echte omnivoor zoals je aan zijn dieet kunt zien. Hij eet voornamelijk wormen, slakjes, insectenlarven, kleine kreeftjes, mosseltjes en af en toe een jong visje en in het water gevallen rottende bladeren of vruchten of noten. Aan de positie van het hart is goed te zien dat de karper een echte bodem vis. Het hart zit aan de onderkant van de kop onder de harde kieuwdeksels goed beschermd. Als men een karper gevangen heeft mag men deze niet langdurig op zijn buik leggen. Dit kan tot gevolg hebben dat de karper sterft aan interne bloedingen van de vitale organen. In het water word het gewicht beter ondersteund dus LET OP: een gevangen karper altijd op zijn zij leggen , dan worden zijn organen niet platgedrukt. Verschillende soorten karpers. Schub, wilde Karper: een normale schubpatroon dus schubben over zijn hele lichaam. Deze vis is het meest bekend bij het karpervissen. En word ook meestal gevangen. Deze vis is afkomstig van een boerenkarper en iets minder slank. Edel- of Spiegelkarper:enkele grote schubben op bepaalde de delen over zijn lichaam de meeste karpervissers vinden dit een mooie vangst vanwege zijn schubpatronen en bovendien zeldzamer dan de schubkarper. Maar de spiegel wordt nog zeer veel gevangen. Rijenkarper: heeft een rij schubben horizontaal over z'n lichaam lopen,deze karpersoort blijft in de groei meestal achter bij zijn familie. Ook deze vis is zeer zeldzaam in Nederland en word regelmatig nog wel gevangen. Leder Karper (Naakt Karper):heeft slechts enkele schubben op het lichaam en daar waar geen schubben zitten,voelt de huid leerachtig aan. Deze type karper is in Nederland heel zeldzaam karper. Maar net zoals de rijenkarper zal deze vis weinig groeien in Nederland Graskarper: heeft een torpedovormig lichaam. Zijn bek staat anders vergeleken bij de andere karpersoorten. Ze zijn ook eerder verwant met kopvoorns dan met de gewone karper. De graskarper voedt zich ook wel zoals zijn naam al doet vermoeden voor een gedeelte met gras. Er worden graskarpers gevangen over een meter en rond de 30 pond. Een graskaper plant zich niet voor daarom worden ze special gekweekt . Maar het gebeurt wel eens dat een karpervisser een graskaper haakt. Kroeskarper:Heeft geen baarddraden een wat hoog en gedrongen postuur en wordt in het algemeen niet zo heel groot. Deze soort is gemakkelijk te verwarren met de giebel (Carassius gibelio). Ook verwilderde goudvissen komen voor (Carassius auratus). Zeer grote 'kroeskarpers' zijn vaak kruisingen van karper met kroeskarper. De grootkop karper heeft zoals de naam al zegt een grote kop met de ogen heel laag geplaatste ogen. Deze karper is zeldzaam en is moeilijk in Nederland te vangen. De zilverkarper lijkt veel op de grootkop karper en voedt zich met plankton. Paaigedrag van een karper Als de watertemperatuur een bepaalde drempel overschrijdt, trekken de karpers van een bepaald water naar een of meerdere paaiplaatsen. Deze plaatsen kunnen wisselen, maar vaak gaat het om de zelfde plaatsen. Het eerst arriveren de mannetjes, gevolgd door de vrouwtjes. Het afpaaien van de karper geschiedt meestal op een ondiepe plaats, die bij voorkeur begroeit is met waterplanten, of voorzien van obstakels. Tijdens het paaien worden het vrouwtje door de mannetjes "geholpen" met het kuiten door tegen elkaar, of tegen obstakels/wier of bodem gedrukt te worden. Hierdoor komt de kuit vrij, dat dan door de hom van de mannetjes bevrucht wordt. Het afpaaien is meestal maar van korte duur(maximaal 2 dagen), en vindt veelal 's nachts en 's morgens plaats. De paaitijd is voor karpervissers een ideale tijd om inzicht in de populatie te krijgen. Bijna alle karpers van een betreffend water nemen er deel aan, en het paaien gebeurt meestal op ondiep water, waardoor de karpers vaak zichtbaar zijn. Is het paaien afgelopen zijn de vrouwtjes de eersten die vertrekken, en de mannetjes blijven iets langer(tot 2 weken na de paai) hangen. Vaak hebben wij gehoord dat de karper niet aast tijdens de paai gedrag maar wij hebben karpers gevangen die net daar voor gepaaid hebben of wel eens tijdens een paai. Maar zal per karper wel weer verschillend zijn. Hieronder ziet u een filmpje die wij hebben opgenomen tijden een korte sessie. Op dit filmpje is duidelijk te zien hoe de karper zich gedraagt tijdens het paaien. | ||